Artikel 1.

Zorgt computer gebruik voor hogere intelligentie?

Door Jiri Kaan

            Het computer gebruik is de laatste jaren in West-Europa, in vergelijking met Oost-Europa, drastisch gestegen. De jeugd investeert veel meer tijd achter de computer dan vroeger. De computer wordt gebruikt voor huiswerk voor school maar voornamelijk als besteding van de vrije tijd. Zijn de mensen in West-Europa dan ook intelligenter dan de mensen in Oost-Europa?

In Nederland bezit ongeveer 82,9% van de huishoudens één computer of meer. Als ik dit vergelijk met de statistieken van 10 jaar terug, zie ik een enorme stijging. In 2000 bezat namelijk 60% van de mensen een computer. Maar wat is de stand van zaken bijvoorbeeld in een Oost-Europees land? Als voorbeeld neem ik het aantal computers per huishouden in Polen. In 2000 had 9,7% van de meer dan 38 miljoen inwoners van Polen een computer in hun bezit. In 2010 is dit aantal gestegen naar 58,4%. Voor veel inwoners van Polen zijn computers te duur om aan te schaffen. Het gemiddelde aantal computers per huishouden wordt geweldig omhoog gekrikt door de industriële sector. In het bedrijfsleven wordt inmiddels dagelijks gebruik gemaakt van computers.

Maar zorgt het computergebruik nou echt voor een hogere intelligentie? Wat is intelligentie eigenlijk precies? Volgens Wikipedia:

‘Intelligentie is een algemeen begrip uit de psychologie dat een mentale eigenschap beschrijft met veel verschillende functies; zoals de mogelijkheid overeenkomsten en verschillen op te merken in waarnemingen, zich in de ruimte te oriënteren, te redeneren, plannen te maken, problemen te doorgronden en op te lossen, in abstracties te denken, ideeën en taal te begrijpen en te produceren, informatie op te slaan in het geheugen en daar weer uit op te halen, te leren van ervaringen.’ … ‘Aangeboren slimheid of intelligentie wordt ook wel aangeduid als begaafdheid of talent. Intelligentie is ten slotte een kenmerk van de persoonlijkheid. Bij de een is de intelligentie, of zijn bepaalde facetten van de intelligentie, sterker ontwikkeld dan bij de ander. Zo kan bijvoorbeeld de een makkelijker een taal leren en de ander zich sneller oriënteren in een ruimte.’

Ik denk dat het gebruik van computers wel de algemene kennis vergroot. De sociale media, zoals hyves, facebook en twitter,  maken het mogelijk om snel kennis te nemen van wat er allemaal gaande is in de wereld. Nieuwtjes verspreiden zich razendsnel door middel van deze communicatie middelen. De computer haalt als het ware de wereld de huiskamer binnen. Mensen zonder computer hebben dus niet de mogelijkheid om het web op te gaan en op deze manier informatie te verkrijgen.

 

Want ook al heb je een computer, maar je hebt een lager Intelligentie Quotiënt (IQ) dan heb je niet veel aan wetenswaardigheden over wat er bijvoorbeeld in Libië gebeurt of waarom de lucht blauw is. Want dan ben je misschien niet in staat om deze informatie goed te begrijpen en/of toe te passen.

Om aan te geven dat intelligentie genetisch bepaald is en dat je van computergebruik

Albert Einstein

 hoogstwaarschijnlijk niet veel intelligenter wordt, neem ik als voorbeeld Albert Einstein (1879-1955). Deze bekende wetenschapper en uitvinder leefde in een tijd waar geen computer of televisie was, maar toch heeft hij dingen ontdekt waar de meeste mensen die nu leven nog niets van snappen, ondanks dat zij het op het internet hebben opgezocht.

 

 

Mijn conclusie is: het computergebruik vergroot niet je intelligentie maar het kan wel je algemene kennis vergroten.

 

 

 

Bronnen:

Wikipedia

Poland Internet Usage and Telecommunications Reports

Compendiumvoordeleefomgeving

 

 


Comments are closed.